Whisky wordt gemaakt van drie natuurlijke ingrediënten: graan (zoals gerst, maïs of rogge), water en gist. Dit wordt via vijf vaste stappen omgezet in whisky:
Elk aspect van ons productieproces, van het stoken tot het bottelen, wordt met de hand en met uiterste precisie uitgevoerd.
Granen worden geweekt in warm water om ze te laten ontkiemen. Hierdoor worden natuurlijke enzymen geactiveerd die het zetmeel in het graan omzetten in suikers. Het ontkiemen wordt gestopt door het graan te drogen in een oven (kiln).
De gedroogde granen (mout) worden gemalen en vermengd met heet water. De suikers lossen op in het water, waardoor er een zoet, bierachtig brouwsel ontstaat dat de ‘wort’ wordt genoemd.
Het brouwsel gaat in grote vaten (washbacks). Hier wordt gist aan toegevoegd. De gist zet de suikers om in alcohol. Na een paar dagen ontstaat er een vloeistof met een alcoholpercentage van ongeveer 5% tot 10%.
De vloeistof wordt verhit in grote, vaak koperen ketels. De alcohol verdampt sneller dan water, wordt opgevangen en condenseert weer tot vloeistof. Dit proces wordt herhaald om de alcohol te concentreren tot een hoger percentage en onzuiverheden te verwijderen.
De heldere, kleurloze alcohol wordt opgeslagen in eikenhouten vaten. De drank moet hier volgens de wet minimaal drie jaar rusten (in bijvoorbeeld Schotland en de VS). Tijdens de rijping krijgt de whisky zijn specifieke smaak, geur en goudbruine kleur uit het hout.
Na de rijping wordt de whisky gefilterd om nog eventuele onzuiverheden (eiwitten en vetten) te verwijderen.
Ten slotte wordt de whisky in een fles van 70 cl gestopt (bottelen).
Uit een gemiddeld vat worden ongeveer 250 flessen gevuld – uiteraard afhankelijk van leeftijd en soort vat.
Het bottelen doen we in onze eigen distilleerderij en daarbij worden ze ook van hun specifieke label.
De whisky is na dit zorgvuldige proces klaar voor consumptie.